menu

Gelukkig oud worden in de stad

Oud worden in de stad, bij dat onderwerp moet ik direct denken aan mijn eigen opa en oma. Geboren en getogen in Amsterdam en het grootste deel van hun leven woonachtig in de Indische buurt.

De laatste jaren zaten ze in een appartementje op de derde verdieping, zonder lift en uitkijkend over een gezellig pleintje. Alles wat ze nodig hadden was in de buurt: winkels, markt, huisarts, tram, bus, park en station. En ook het ziekenhuis en een gezondheidscentrum waren dichtbij.

Vaste routines

Ze hadden hun vaste routines. Oma deed maandag mee met de bingo in het buurthuis. De rest van de week vulde ze met huishouden, breiwerk en bezoek. Opa ging dagelijks lopen. In de ochtend haalde hij de krant, rookte altijd ‘stiekem’ een sigaretje en ging steevast naar de slager en de bakker. Hij gaf daar uiteindelijk altijd een briefje af met wat hij nodig had, want hij begon de boodschappen te vergeten. ’s Middags ging hij de stad in, babbelen met zijn oude vrienden op het Waterlooplein, of rondlopen in de stad opzoek naar herinneringen aan vroeger. Alleen op woensdag deed hij dit niet omdat mijn moeder dan langskwam voor koffie en wat kleine klusjes. De meeste leden van onze familie en bijna alle vrienden woonden in Amsterdam. Ze wilden de stad absoluut niet verlaten!

“Niet tussen al die wijven!”

Heel soms bespraken we een mogelijke verhuizing. Natuurlijk wel binnen de stad, naar woonzorgcentrum Flevohuis. Mijn grootvader moest er helemaal niets van weten. “Niet tussen al die oude wijven!” Nadat mijn opa overleed woonde mijn grootmoeder nog een tijdje zelfstandig thuis. De trappen op en af lopen viel haar steeds zwaarder. Ook vriendinnen konden haar niet meer bezoeken. Haar wereld werd opeens steeds kleiner, binnen de muren van het appartement. Op een gegeven moment kwam ze nog maar één keer in de week buiten. Vlak voor haar overlijden is ze nog verhuisd naar het verpleeghuis waar zelfs de opa van mijn opa had gewoond. Ze was blij zei ze dat opa dit niet meer had meegemaakt. “Dat was niets voor hem geweest.”

Toevallige ontmoetingen

Onze steden vergrijzen in rap tempo en een paar steden, zoals Amsterdam, Utrecht, Groningen, Den Haag en Almere anticiperen hier op. Ook het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg zijn we bezig met dit thema en organiseerden wij afgelopen maand het symposium ‘Flex in the city, over ouder worden in de stad’. Tijdens dit symposium noemden de verschillende sprekers zoals professor Jan Latten, bijzonder hoogleraar sociale demografie aan de Uva, het belang van toevallige ontmoetingen. Voor mijn opa en oma gold dit ook. Als ze naar de markt gingen kwamen ze continue bekenden tegen en maakten ze een praatje. Ook op het plein voor hun huis ontmoetten zij mensen: buurtbewoners, bekenden, maar ook onbekenden. Jan Latten en ook professor De Kam, honorair hoogleraar Volkshuisvesting en grondmarkt, concludeerden beiden dat het voordeel van ouder worden in de stad is dat er meer voorzieningen aanwezig zijn en dat ouderen makkelijker zorg om de hoek vinden. In dorpen en vooral in krimpgebieden is dit een stuk lastiger.

Liever de trap op

Maar tegelijkertijd plaatste De Kam ook enkele kanttekeningen bij het zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen. “We hebben de neiging om het blijven wonen in het eigen huis en de vertrouwde omgeving te romantiseren. Soms willen mensen graag weg, maar is er geen alternatief en zitten zij ‘gevangen’ in een achterstandswijk”. Voor mijn grootouders gold dat minder. Zij vonden het wel prima daar op drie hoog. Architect Bas Liesker deed onderzoek naar zogenaamde stadsveteranen en schreef daar een boek over. Op ons congres Expeditie Begonia zal Liesker het onderzoek en boek presenteren. Een van zijn bevindingen is dat ouderen niet graag op de begane grond wonen. Zij hoeven niet groot te wonen als ze maar ruimte om zich heen hebben. Ik herken dat. Mijn opa en oma verhuisden niet voor niets naar de derde verdieping! Liever trappen lopen dan een benedenwoning. Uit angst voor overlast. “We zien dan wel weer als het trappen lopen niet meer lukt. Het houdt ons lekker fit.”

Oud worden in de stad

Jacques Allegro is initiatiefnemer van Stadsdorp Zuid, een open coöperatieve gemeenschap. Volgens hem telt Amsterdam inmiddels 23 stadsdorpen. Zouden mijn opa en oma daar lid van zijn geworden als ze de kans hadden gekregen? Ik vraag het me af. Misschien als kleine Bep en Jannie van de Roomtuintjes het ook deden? Of tante Lenie en Jantje van de stadhuisgarage? Maar anders denk ik niet. Geen behoefte aan. Zij hadden destijds alles bij de hand. Voorzieningen, ontmoetingen, vertier en zorg. Zij waren domweg gelukkig, vlakbij de Dapperstraat.

Reageren

Auteur

Yvonne Witter

Yvonne Witter

Yvonne Witter is adviseur bij het Aedes-Actiz Kenniscentrum Wonen-Zorg. Binnen het Kenniscentrum richt zij zich op de thema's: klantparticipatie, woonvariaties, kleurrijk wonen, eenzaamheid, welzijn en zorg en buur(t)projecten. Yvonne heeft sociologie aan de UVA en Sociale Gerontologie aan de VU gestudeerd. Sindsdien loopt de 'ouder wordende mens' en wonen, welzijn en zorg als rode draad door haar betaalde en onbetaalde activiteiten.