Volg ons online

Nieuws

Voltooid leven of er nog bij horen?

Voltooid leven, de discussie hierover is gaande, maar Cisca Dresselhuys vraagt zich af waarom ouderen hierin niet gehoord worden.

Gedeeld

op

Voltooid leven discussie

Voltooid leven, je kunt tegenwoordig de televisie niet aanzetten of een krant open slaan of de interviews, discussies en ingezonden brieven over dit onderwerp vliegen je om de oren. Tot gekmakend toe. Alsof elke 65-plusser liever vandaag dan morgen een eind aan zijn of haar leven wil maken.

Opvallend aan al die artikelen en programma’s is dat het jonge, middenin het leven staande politici, wetenschappers en journalisten zijn, die hierover met elkaar in debat gaan. Allemaal mensen, die zich nog onsterfelijk wanen en dus met het grootste gemak praten en schrijven over sterfelijkheid en de dood, van anderen welteverstaan. Het gaat immers (nog lang) niet over henzelf en dan klets je makkelijk een eind weg.

Ik herinner me hoe gretig ik als jong journaliste in allerlei interviews de vraag: “Bent u bang voor de dood ?” opwierp. Dat zou volgens mij namelijk spannende en diepgravende verhalen opleveren. Emeritus-hoogleraar Hans Galjaard vertelt me nog altijd met twinkelende ogen hoe ik, voor een interview bij hem op bezoek, als binnenkomer de vraag “Bent u eigenlijk bang voor de dood?” ter tafel bracht. Inmiddels zelf 65-plusser, besef ik hoe irritant ik toentertijd geweest moet zijn.

Discussie over voltooid leven

Komen in de huidige discussies over voltooid leven dan helemaal geen ouderen aan het woord? Jazeker wel, maar louter als slachtoffer, als degene die reikhalzend uitziet naar de fel begeerde doodspil. Afgelopen weken zag je ze dagelijks in krant en op de TV: sneue ouderen, zittend op de rand van een hoog seniorenbed, kameelharen sloffen aan de moeilijke voeten en een rollator onder handbereik. Allemaal sprekend over hun voltooide leven.

Het gekke ervan is, dat ik deze mensen nergens écht zie deelnemen aan de principiële discussie over deze zaak, ze zijn alleen welkom als slachtoffer. Maar juist het feit, dat zij er ‘niet meer toe doen’, ‘er niet meer bij horen’, maakt voor velen van hen het leven niet meer de moeite waard. Hoogste tijd dus om ouderen volwaardig te laten deelnemen aan het gesprek over een voltooid leven. Dat zou hun doodswens best eens op de lange baan kunnen schuiven.

En al die journalisten, die nu zo verlekkerd met ouderen over hun aanstaande dood zitten te praten, zouden beter met hen naar de HEMA kunnen gaan, voor koffie met een tompouce.

NED7 Leestip

Koop hier het boek van Cisca Dresselhuys

Cisca Dresselhuys is voormalig hoofdredacteur van het blad Opzij. Ze schrijft columns, boeken en geeft lezingen.

Advertentie

Nieuws

Jeugdherinneringen die mijn dag goedmaken

Blogger Alice Bunt komt tijdens het uitlaten van haar hond Bika jeugdherinneringen tegen in het bos. Herinneringen die haar dag helemaal goedmaken.

Gedeeld

op

Jeugdherinneringen
Foto: Alice Bunt

Tijdens een van mijn wandelingen met Hond Bika door de vele bossen en groengebieden in en rond Almere, kwam ik een jeugdherinnering tegen. Zomaar, tussen de takken van een hazelnootstruik. Het waren kettingen van lege pinda’s, de nootjes opgegeten door de vogels. De kettingen waren waarschijnlijk opgehangen door de kinderen van de school die er vlak bij stond. Een speciale school voor speciale kinderen.

De school ligt helemaal in het groen, weggestopt, verborgen lijkt wel, ver weg van andere scholen en andere kinderen. Alleen de school voor de kinderen uit het asielzoekerscentrum ligt vlakbij. Ik denk niet dat het de bedoeling is, deze kinderen weg te stoppen, te verbergen. De school ligt mooi, veel groen, geen wegen al te dichtbij. Geen heimelijke, starende blikken van voorbijgangers, geen pesterijen van andere kinderen. Voor de kinderen ideaal. Maar het geeft mij toch een beetje een naar gevoel.

Pesten is van alle tijden

Ik ben geboren in Utrecht en heb daar de eerste jaren van mijn schoolcarrière doorgebracht op de eerste Jenaplanschool van Nederland. Een geweldige school waar ook kinderen die niet zo goed konden meekomen zeer welkom waren. Pesten is van alle tijden. Ondanks dat de school heel goed oplette dat deze kinderen niet gepest werden, waren juist deze kinderen het doelwit van pesterijen als de meesters en juffen even niet opletten. En buiten de schooltijden natuurlijk wanneer er geen controle meer was. “Debiel,” en “mongool” waren veel gehoorde scheldwoorden. Ook ik werd gepest, ook ik kon niet mee komen, ik was dyslectisch.

Kettingen van pinda’s

Ik doe Hond Bika aan de riem zodra de kinderen naar op ons af komen rennen. Bika is een hond uit Spanje en kan nogal schichtig reageren op onverwachte bewegingen. “Mogen we de hond aaien?” vragen de kinderen. Ze steken hun handen door tralies van het hek dat om de speelplaats geplaatst is. Ik leg uit dat dat niet kan, dat Hond Bika geen kinderen gewend is en dat ze kan bijten als ze schrikt. Sommige kinderen deinzen vol ontzag achteruit. Andere kinderen geloven het niet helemaal. Hond Bika lijkt net een teddybeer, haar zachte, bruine vacht nodigt uit om te aaien en met haar grappige oren kun je je haast niet voorstellen dat deze hond wel eens zou kunnen bijten. Omdat sommige kinderen blijven aandringen zeg ik gedag, loop verder en kom weer bij de kettingen van pinda’s terecht.

Jeugdherinneringen

En daar, bij de hazelnotenstruik denk ik aan mijn moeder, aan de flat in Utrecht waar we woonden en aan winterse avonden. Mijn moeder spreidde allemaal kranten uit op de tafel en strooide daarop ongepelde pinda’s. Mijn moeder gaf ons een stopnaald met een draad eraan en dan rijgen maar, de naalden zonder punt door de harde schil van de pinda’s wurmend. We drukten het uiteinde van de naald op de tafel door de schil van de pinda en probeerden daarna de naald door de schil te trekken. Ik voel nog de topjes van mijn vingers. De pinda’s die kapot gingen mochten we opeten. De kettingen werden opgehangen aan het balkon voor de vogels. Mooie, onverwachte jeugdherinneringen, ver weg gestopt in een diep kuiltje van mijn geheugen en nu weer helemaal levend aanwezig. Zomaar een cadeautje dat mijn hele dag goedmaakt.

Meer weten?

Wil je meer weten over de gedichten en foto’s die Alice Bunt heeft gemaakt over haar overleden vader? Bekijk hier het prachtige resultaat!

Lees verder

Nieuws

Afscheid nemen van mijn vrienden

Blogger Alice Bunt is onderweg naar Utrecht om een goede vriend te ontmoeten. Voor de laatste keer. Afscheid nemen van vrienden omdat ze last heeft van een bipolaire stoornis is heel normaal geworden voor haar.a

Gedeeld

op

Afscheid nemen van mijn vrienden
Foto: Alice Bunt

Afscheid nemen is voor mij een van de moeilijkste en pijnlijkste aangelegenheden die er zijn: iemand gedag zeggen maar het voelt als vaarwel. Nog een keer omkijken met het gevoel dat dit het einde is van een relatie, van een liefde, een heel bijzondere liefde die duurde vanaf mijn studententijd maar waaraan  nu een einde is gekomen; het gevoel hebben dat dit de laatste keer is die gebogen rug ooit te zien en die slepende gang te zien verdwijnen in de gekleurde tunnel van Utrecht Centraal.

We hadden afgesproken voor De Oude Hortus in Utrecht. In de trein voel ik het al: mijn bipolaire aandoening gaat opspelen. Ik wordt druk in mijn hoofd: geluiden klinken snerpend, gillen door elkaar, brullen en krijsen, complete chaos. Wat nu, afzeggen? Ik had me zo op deze ontmoeting verheugd, weer even jong zijn, weer even dat gevoel, dat veilige, weer even niet overal alleen voor staan, even wegstappen, iemand anders worden, maar vooral: weer voelen, liefde voelen voor iemand en blij zijn met die liefde.

Het gaat mis

“Beheers je Alice,” denk ik, “beheers je, misschien red je het, misschien wordt de chaos niet te groot, focus je op buiten, het landschap, wat je ziet, laat de manie het niet overnemen.” Ik kijk naar de molen bij Weesp, het Naardermeer, de autowegen, de bouwactiviteiten om Utrecht Centraal. Als ik uitstap ben ik weer enigszins gekalmeerd, check uit en loop de stationshal binnen. Maar daar slaat de paniek weer toe: waar is de bus? Verward loop ik door de hal, mensen aansprekend, vragend, zoekend, lijn 2 toch? En waar zijn de bushaltes. Dan vind ik de bushaltes en lijn 2, stap in en houd angstvallig de aankondigingen van de haltes in de gaten. Universiteitsmuseum, ik stap uit, zoek De Oude Hortus en daar staat hij, Anton, koud, geïrriteerd, de wenkbrauwen gefronst. Ik ben meer dan een half uur te laat.

Afscheid nemen

Ik lijd aan ontremde manieën. Het meest erge daarvan is de boosheid, ik wordt niet vrolijk, euforisch maar boos, paranoia zelfs. Ik heb het gevoel dat ik constant om me heen moet kijken, ik ben achterdochtig, geloof niet meer wat er tegen me gezegd wordt. Als ik spreek hoor ik het boze in mijn eigen stem, raak geïrriteerd, verontwaardigd, verhef mijn stem. En ook als Anton en ik door de Hortus lopen moet ik me uit alle macht beheersen. Om weer in de realiteit terug te komen maak ik praatjes met vreemden, zomaar, spontaan spreek ik totaal onbekenden aan, druk pratend en gebarend. Als we weer terug gaan naar het Centraal station nemen we afscheid in de gekleurde noordtunnel van Utrecht Centraal. Ik weet dat het voorbij is, ik omhels Anton nog een laatste keer en kijk hem na als hij de andere kant oploopt.

Verdrietig

Onderweg huil ik en denk aan al die mensen die ik verloren heb, kwijt geraakt ben alleen maar door mijn bipolaire stoornis. Al die mensen die zomaar verdwenen en die ik heb laten verdwijnen door simpelweg niets meer van me te laten horen uit schaamte. En nu dan Anton. Het kost me steeds meer moeite om nieuwe vriendschappen aan te gaan, om me opnieuw te binden. Thuis wacht Hond Bika op me. Even vrolijk als altijd verwelkomt ze me. Samen gaan we wandelen en ik vertel haar, al huilend het hele verhaal.

Meer weten?

Wil je meer weten over de gedichten en foto’s die Alice Bunt heeft gemaakt over haar overleden vader? Bekijk hier het prachtige resultaat!

Lees verder

Nieuws

De eerste dag

Blogger en fotograaf Alice Bunt is onderweg met de trein als ze prachtige gedichten ziet hangen op het perron.

Gedeeld

op

De eerste dag

Als ’s morgens het eerste licht
door de gordijnen dringt
smelten je laatste dromen.

Er klinken geluiden
uit de achtertuinen
een buurman stapelt stenen
een rammelende kettingkast.

Het is vandaag de eerste dag
om met iets te beginnen
waar niemand aan begon.

Fetze Pijlman
Station Almere Centrum

Nerveus

Ik moet met de trein naar Amsterdam en ik ben te vroeg op het station, ik ben altijd te vroeg op het station. Mijn vader werkte bij de Nederlandse Spoorwegen en als we op vakantie gingen of op familiebezoek reisden we uiteraard per trein. Mijn vader ging de dag van ons vertrek gewoon naar zijn werk. En voordat hij vertrok drukte hij mijn moeder op het hart vooral niet te laat te komen. Mijn moeder was de hele dag nerveus, hield de klok angstvallig in de gaten en probeerde er voor te zorgen dat wij schoon bleven: geen bedoezelde snoetjes, geen vieze handjes, geen vlekken op onze schone kleren. Vooral bij mij was dat onbegonnen werk. Ik voel nog mijn moeders bespuugde hand die mijn mond probeerde schoon te poetsen.

Stationsgedichten

En nu sta ik dan te vroeg op Station Almere Centrum. Op het perron hangen gedichten naast de gele borden met de vertrektijden, zakelijk naast poëtisch. Een romantisch stelletje leest het gedicht, ze lachen naar elkaar, kussen elkaar en lopen weg. Ik lees ook het gedicht: zo simpel, zo realistisch en zo waar. In de trein denk ik na over de laatste strofe: ‘het is vandaag de eerste dag om met iets te beginnen waar niemand aan begon’. Het maakt me blij, deze zin, zo positief.

Nieuw project

Ik vraag me af welke aan welke nieuwe projecten ik zou kunnen beginnen, misschien al wel vandaag: een nieuw fotoproject starten, een mobiel ontwerpen, zelf gedichten gaan schrijven. Maar dan realiseer ik me dat er een voorwaarde is: ‘waar niemand aan begon’. Ik krijg het benauwd want alles is al een keer gedaan, er is zelfs een boek over geschreven. Misschien liggen er nog uitvindingen in het verschiet, nieuwe theorieën over wetenschappelijke onderwerpen. Misschien is het zinnetje ‘het is vandaag de eerste dag om met iets te beginnen waar niemand aan begon’ bedoeld voor mensen die zich daar mee bezig houden maar niet voor mensen zoals ik.

Bijbelverhalen

De dag waar ik me zo op verheugd had en die zo vrolijk begon begint te lijken op het verbleekte, waterige zonnetje buiten. Maar dan denk ik aan Hein en aan Peter en aan Job. Samen gaan we het Bijbelverhaal van ‘Job’ verbeelden. Peter en ik gaan de komende tijd foto’s maken en samen met Hein gaan we foto’s kiezen die bij het boek ‘Job’ passen. Hein maakt daar dan gedichten bij en het geheel wordt gepubliceerd in ‘CUNST PS’, het digitale tijdschrift van Kunstenaars Vereniging Flevoland. Foto’s in combinatie met gedichten is al eerder gedaan, o.a. door Hein en mij. Samen hebben we het sterven van mijn vader verwoord en verbeeld als ‘De Kruisgang’. Maar toch denk ik dat het project ‘Job’ helemaal nieuw is, nog nooit eerder gedaan, al was het alleen al vanwege de unieke samenwerking tussen Hein, Peter en mij.

Meer weten?

Wil je meer weten over de gedichten en foto’s die Alice Bunt heeft gemaakt over haar overleden vader? Bekijk hier het prachtige resultaat!

Lees verder

Meest gelezen