Volg ons online

Nieuws

Musea, schoffeer uw gasten niet

Musea hebben het er maar druk mee volgens journaliste Cisca Dresselhuys. Al die ouderen die alarmbellen af laten gaan.

Gedeeld

op

Musea hebben het druk

Volgens mij bestaan musea vooral dankzij ouderen. Elke keer als ik er eentje bezoek (dat is niet erg vaak, moet ik bekennen) zie ik drommen grijze kuiven langs de schilderijen en de beelden schuifelen. Allemaal met de leesbril op de neus en de koptelefoon van de audiogids op het hoofd.

Des te onbegrijpelijker dat deze keurige, trouwe gasten regelmatig worden geschoffeerd wanneer ze ook maar één centimeter te dicht bij een kunstwerk komen om te kunnen lezen wat er op de tekstbordjes ernaast staat. Want niet iedereen wil die vervelende audiogids gebruiken. Ik doe dat bijvoorbeeld nooit, want ik voel me er een zombie mee. Met behulp van de tekst naast de schilderijen opgehangen, red ik ook wel. Maar dan doet zich het euvel voor, dat die tekst te klein is om, zelfs met leesbril, van een afstandje te lezen. Dus ik doe een stapje naar voren om te kunnen zien wat er staat. Maar dat mag niet, alarmbellen gaan over, suppoosten komen aangesneld, want er dreigt GEVAAR. Ik kom namelijk over de zwarte lijn, die om het kunstwerk heen op de vloer is aangebracht.

Musea hebben het maar druk

Toen ik vorige week in Leeuwarden de tentoonstelling van Alma-Tadema bezocht, was het weer raak. En niet alleen bij mij.  Om de haverklap ging het alarm over, want net als ik hadden nog zo’n kleine honderd ouderen die dag uitgezocht om naar deze expositie te gaan (vrij reizen-dag van de NS waarschijnlijk). De suppoosten hadden het druk om alle wetsovertreders op hun fout te wijzen: u staat te dicht bij het schilderij. En steeds kregen ze hetzelfde antwoord: “Anders kan ik de tekst niet lezen”.

De oplossing ligt voor de hand: grotere letters naast het kunstwerk. Of niet zo overdreven bang reageren als iemand één teen over de zwarte lijn zet. Daarmee voorkom je dat brave, trouwe bezoekers voortdurend geschoffeerd worden. Alsof ze allemaal een stanleymes onder hun ANWB-windjack verborgen hebben om op de kunstwerken te gaan inhakken. Ook in het museum regeert het wantrouwen. Houd daarmee op!

Cisca Dresselhuys is voormalig hoofdredacteur van het blad Opzij. Ze schrijft columns, boeken en geeft lezingen.

Advertentie

Nieuws

Mijn bijzondere dochter met MS

Blogger Alice Bunt vertelt over haar bijzondere dochter. Ze heeft net te horen gekregen dat zij multiple sclerose heeft.

Gedeeld

op

Mijn bijzondere dochter

De laatste paar weken blijft dit nummer van Roberta Flack maar door mijn hoofd spoken. De meeste mensen hebben een of ander romantisch beeld bij dit nummer: een eerste blik van twee volwassenen die elkaar na die blik nooit meer zullen vergeten.

Misschien blijft het bij die ene blik, misschien groeit er een heel mooie liefde. Of misschien is die ene blik het begin van een vriendschap voor het leven. Maar voor mij is dit nummer de laatste tijd onlosmakelijk verbonden met mijn dochter Marieke, mijn geweldig, mooie dochter die net als ik een bipolaire stoornis heeft.

Net geboren

Het is nog donker wanneer ik ’s morgens vroeg met mijn hond Bika in het park wandel. De maan maakt vreemde vormen van de kronen van de bladerloze bomen. Ik ben alleen en er is maar een ding waaraan ik kan denken: Marieke en aan haar diagnose, MS, Multiple Sclerose. De woorden van Roberta Flack blijven rondzingen in mijn hoofd: ‘The first time ever I saw your face’. De eerste keer dat ik haar zag: net geboren, ze kon haar hoofdje al optillen. Het leek alsof ze toen al niets wilde missen, alles mee willen maken. En nu dan deze diagnose. Eerlijk gezegd weet ik niet goed wat ik moet, met al die gevoelens die de diagnose teweeg brengen: verdriet, angst, onzekerheid, bange vragen over de toekomst, haar toekomst, Marieke’s toekomst.

Loslaten

Ik heb geen idee hoe ik Marieke kan helpen, of ik haar überhaupt wel kan helpen. Misschien zijn onze wegen met dit verdriet wel wegen die we afzonderlijk af moeten leggen. Los van elkaar: zij om te leren accepteren te leven met nog een aandoening; leren een manier te vinden om zichzelf, Marieke te blijven; leren haar toekomst ondanks alles blijmoedig te gemoed te zien, een toekomst vol vragen, onzekerheden, somber en angstig soms. En ik moet leren haar opnieuw los te laten, haar de kans te geven om als volwassen vrouw door te gaan met haar leven, haar eigen uitwegen te vinden voor haar toekomst met de zekerheid dat ze altijd bij me terecht kan.

Bijzondere dochter

Hier, in het maan verlichte park blijven tranen branden in mijn ogen, blijven steken in mijn keel, weten geen uitweg te vinden naar buiten, verstikken me. Ik wou dat ik voor altijd door kon lopen, weg kon lopen, verdwijnen in een wereld zonder verdriet, waar alleen nog Marieke en ik bestaan zoals op dat eerste moment waarop er niets anders bestond dan mijn mooie, net geboren dochter en ik en mijn liefde voor haar waaraan niets maar dan ook niets veranderd is sinds ik haar voor het eerst zag.

Lees verder

Nieuws

Alles mag op zaterdag!

Alles mag op zaterdag. Vroeger was dat wel anders. Vintage blogger GT Rovers blikt terug op tijden waarin zaterdag geen vrije dag was.

Gedeeld

op

door

Alles mag op zaterdag

Alles mag op zaterdag. Wat een heerlijke gedachte en voor ons de normaalste zaak van de wereld. Maar dat is het niet altijd geweest. Vintage blogger GT Rovers legt uit dat nog niet zo lang geleden de werkweek er heel anders uitziet dan tegenwoordig.

Tegenwoordig is het weekend namelijk véél te kort om al onze activiteiten in te proppen. Maar onze voorouders waren al dolblij met één vrije dag per week! Je leest het goed. 48 uur werken was de normaalste zaak van de wereld. Iets wat we ons tegenwoordig, met al onze verworvenheden, niet meer kunnen voorstellen.

Invoering Arbeidswet

Dankzij een lange strijd van de socialisten werd in 1919 de Arbeidswet ingevoerd. Die zorgde ervoor dat de werkweek verkort werd naar maximaal 45 uur. Dat betekende één hele vrije dag per week en één halve. Op zaterdag werkte men voortaan maar tot 12 uur. Door pressie van de christelijke partijen werd de hele zondag een vrije dag, zodat ook de arbeiders naar de kerk konden. Dit was destijds dus al een enorme vooruitgang.

48-urige werkweek

Na de Tweede Wereldoorlog gooide de regering roet in het eten door te besluiten dat een werkweek uit minimaal 48 uur moest bestaan. Het land was immers in de opbouw. Voortaan werkte men doordeweeks minstens 8,5 uur per dag en op zaterdag tot 13 uur. Wederom kwam het socialisme op voor de arbeiders. De arbeidersbeweging pleitte al vanaf 1955 voor de invoering van een 40-urige werkweek. In Amerika en in een aantal West-Europese landen hadden de werknemers al jaren vrij op zaterdag. De productiviteit was daar enorm gestegen, doordat de werknemers uitgerust op het werk verschenen.

Alles mag op zaterdag

Pas op 23 december 1960 was het zover. Zowel het kabinet als het bedrijfsleven stemde schoorvoetend in met dit wetsvoorstel. Vanaf 1 januari 1961 kregen de werknemers vrij op zaterdag. Dit gold overigens niet voor iedere beroepsgroep. Zo werd op enkele scholen nog tot 1971 op zaterdagochtend lesgegeven.

Experimenteren

Voor de economie bleek de nieuwe wet een gouden zet. Meer vrije tijd had tot gevolg dat de bevolking meer geld uitgaf aan luxegoederen, zoals kleding en auto’s om gezellige dagtochtjes mee te maken. In die tijd was men dus zeer content met een 40-urige werkweek. Wat is de volgende stap? Er zijn inmiddels al die experimenteren met een zesurige werkdagen.

Meer weten?

Meer weten over de bijzondere verhalen van vroeger? Op het blog van GT Rovers vind je meer weetjes en unieke feiten over vervlogen tijden in Nederland.

Bron: GT Rovers

Lees verder

Nieuws

Het oude dorp, een dagje terug in de tijd

Het oude dorp waar Rijk vroeger woonde is totaal veranderd. Rijk gaat op reis en deelt zijn herinneringen aan vroeger.

Gedeeld

op

Het oude dorp
Rijk met zijn broers voor het ouderlijk huis

Rijk van den Hoek, intussen al 27 jaar een echte Noord-Amsterdammer, reist af naar het oude dorp Voorschoten. Het is een bruisend dorp met haar jaarlijkse paardenmarkt waar Floris de Vijfde nog zijn paarden kocht.

Tegenwoordig is het trouwens geen dorp meer maar onderdeel van de aan elkaar groeiende gemeenten van ons aller Randstad. Als het weer laag hangt, zie je zelfs een wolkenkrabber waar vroeger een alom gevreesde tandarts woonde en praktijk hield. Menig oud Voorschotenaar denkt nog knarsetandend aan hem terug.

Gruwelijke tijden

Maar laten we ons niet verliezen in die gruwelijke tijden. De oude tandarts moest zich behelpen met een boormachine die niet veel meer dan honderd toeren per minuut draaide. En kiezen moest hij trekken met een tang die hij bij, de tegenover hem wonende, manke timmerman leende. Ja, dat waren nog eens tijden! We konden de hoofdstraat van het dorp niet in wegens een verbouwing aan de toegang. Volgens Rijk waren ze de rails van de blauwe tram aan het weghalen. Ofwel het mitrailleursnest dat de Duitsers in 1944 hadden laten aanleggen bij deze belangrijke toegang tot het dorp en tot het “barakkenkamp” ernaast.

Wagens en kanonnen

We rijden naar de Voorstraat waar Rijk in zijn jonge jaren heeft gewoond. We komen aan bij het huis waar Rijk is opgegroeid. Er zit nu een lunchroom in. Onmiddellijk stromen van alle kanten familieleden toe. Broers, schoonzussen uit Leiden en een dochter uit Den Haag. Hij zou namelijk trakteren en dat gebeurt niet elke dag. Binnen worden tafels en koppen bij elkaar gestoken. De verhalen breken los over wat er niet meer is en wat tegenwoordig zoveel kleiner is dan het vroeger leek. Het huis, de kamertjes. Bedsteden die zijn verdwenen. “Waar we nu zitten was de gang. Daar hing de kapstok met vaders hoed en jas. Verrek, die stenen paal op de hoek voor het huis, die staat er nog. Daar zat Rijk bovenop toen er in 1943 een nieuw detachement Duitsers langs kwam met wagens en kanonnen. Getrokken door kleine Russische paarden. Die gingen steigeren toen ik ‘prrrr prrrr’ riep. En die moffen werden kwaad. Stom hè.”

Beroemde dameskapper

Het huis aan de overkant is nog steeds wit. Vroeger woonde daar de weduwe van een kaashandelaar met haar jongste dochter. Van die dochter werd gezegd dat ze met Duitse soldaten vree. Op 6 mei 1945 werd ze in het openbaar op een stoep aan de overkant dapper kaalgeschoren door de beroemdste dameskapper van het dorp. Zij had daarna geregeld epileptische aanvallen. Achter dat huis was de timmermanswerkplaats. “We speelden daar vaak in de kaal getrapte tuin”. In de loodsen tussen deurposten uit de sloop, die bewaard werden voor nieuwe huizen. Er stonden ook veel bomen waar heerlijke peren aan groeiden en waar je fijn in kon klimmen. Dat deden Rijk en zijn vriendjes samen met of zonder de zoons van de timmerman. Hun opa woonde bij het gezin in en de oudste zoon moest opa wel eens scheren. Dat was best eng, opa had nogal veel plooien en kon opeens woedend worden als de buurjongens weer eens in de perenbomen zaten.

Loek de smid

Er was een smederij aan de overkant, waar ook paarden beslagen werden. Daar werden paarden soms helemaal in een ‘broek’ gehesen. Een soort groot zeil onder hun buik door. Hun poten – vroeger hadden ze die nog, in plaats van benen – werden vastgebonden om ze stil te houden tijdens het verwisselen van de hoefijzers. Binnen was het tamelijk donker, daar was het vuur. Soms mocht je de smid helpen, door aan de zwengel van de blaasbalg te trekken. De ijzers werden gloeiend tegen de hoeven gedrukt en daarna met nagels aan de hoef getimmerd. De nagels kwamen er opzij van de hoef uit, werden afgeknipt, de hoef werd glad gevijld, kreeg een lik zwarte lap en klaar was Loek. Zo heette de smid.

Het oude dorp

De terugreis werd aangevat, langs het huisje waar Rijk’s moeder niet meer woont, langs de straatjes waar zijn kinderen niet meer spelen en door het tuindorp dat helemaal vernieuwd is. Waar hoge bomen staan en de muziektent verdwenen is. Langs de struiken waar Rijk’s geboortehuis vroeger stond en door een stadswijk waar ooit de weilanden van de boer lagen waar zijn grootmoeder dienstmeid was geweest.

Dit verslag is geschreven door Gijs Witkop voor Sara, for good old times

Lees verder

Meest gelezen