Nieuws

Denkend aan mijn jeugd

Mijn jeugd geeft me mooie herinneringen, maar ook heel moeilijke herinneringen. Zoals mijn moeder die langere periode werd opgenomen.

Mijn jeugd

Tijdens de ochtendwandeling met Hond Bika hoor ik voor het eerst dit jaar vogeltjes zingen, meesjes, roodborstjes, nog zacht en bescheiden, maar toch. Samen met het geschreeuw van de buizerds kondigen ze een nieuwe lente aan.

De buizerds vliegen onhoorbaar van tak naar tak alsof ze een geschikte plaats uitzoeken om hun horst te bouwen: indrukwekkende maaksels hoog in de bomen die de komende voorjaarstormen moeten kunnen doorstaan.

Volgens horen fluiten

Ik ben geboren in hartje Utrecht, op een bovenwoning, donker, klein, in een smal straatje in Lombok. Ik kan me niet herinneren dat ik vogels hoorde fluiten laat staan de schreeuw van een buizerd; wel het gerammel van de melkkar of de hoeven van het paard van de schillenboer. Het was een gelukkige tijd. Mijn moeder, die leed aan een bipolaire stoornis, was stabiel. Op straat werd ik gepest, buiten gesloten. Ik mocht niet mee doen met ‘ballen’ of ‘touwtjespringen’. Maar dat gaf niet, in de intieme sfeer van thuis maakte ik samen met mijn moeder poppenkleertjes van restjes stof en leerde mijn moeder me haken en breien, vaardigheden waar ik nog steeds dankbaar voor ben.

Logeren bij opa en oma

Mijn grootouders woonden in Alphen, beide grootvaders waren grote natuurliefhebbers. Vooral Opa Zwaan wist heel veel van vogels. Achterop de fiets ging ik met hem naar ‘de boer’ om in een emaille melkbusje met een houten handvat verse melk te kopen. En daar, op de boerderij, leerde hij me het gezang van verschillende vogels herkennen: mezen, merels, vinken, groenlingen. En niet alleen het gezang van de vogels, ook hoe ze eruit zagen. En nog steeds, zoals vandaag, als ik met Hond Bika wandel in de Almeerse bossen denk ik met heel veel liefde terug aan die tijd dat ik als kind gelukkig was tijdens een van mijn logeerpartijen bij mijn Opa en Oma Zwaan.

Mijn moeder kwijt

Maar als kind heb ik ook geleerd dat geluk niet voor eeuwig is. Vooral de depressieve periodes van mijn moeder waren voor ons kinderen zwaar. Mijn moeder was onbenaderbaar, onbereikbaar. Het grote verdriet dat in haar schuilde werd zichtbaar, voelbaar. Mijn broer sloot zich op in zijn kamertje en mijn zus en ik probeerden mijn moeder op te vrolijken, zonder succes. Mijn moeder is een aantal keren opgenomen geweest. Wat de aanleiding was weet ik niet meer maar als er ‘mannen in witte jassen’ komen en je moeder meenemen moet er toch wel iets heel ergs aan de hand geweest zijn. Eenmaal opgenomen gingen wij haar bezoeken, in een groot huis in de bossen. Mijn moeder zat in een lichte serre, stil, bleek, nog steeds onbenaderbaar. We moesten buiten gaan spelen in het park waar vogel zongen, zorgeloos.

Mijn jeugd

Ik maak en foto van Hond Bika zoals ze daar staat, tegen het zachte gele licht van de zon en de gouden pluimen van het dode riet. Herinneringen, sommigen mooi, vol liefde, anderen moeilijk en zwaar spoken door mijn hoofd. Maar in het bos met Hond Bika, terwijl ik luister naar het eerst zachte gefluit van de meesjes en de roodborstjes, de schreeuw van de buizerd hoor en de zon mijn gezicht streelt voel ik me eindelijk vrij, vrij van een jeugd die veel moeilijks maar voornamelijk heel veel moois gegeven heeft.

Ook interessant

Scroll to top blauw