Volg ons online

Nieuws

Mijn eerste keer…als zorgverlener

Wim Raaijkmakers is zijn hele leven al zorgverlener. Hij denk vaak terug aan zijn eerste keer als verpleegkundige van 19 jaar.

Gedeeld

op

Zorgverlener

Zorgverlener zijn, het zit mijn hele leven al in me. Ik ben nu 55 jaar en wil iets over mijn eerste keer vertellen. De eerste keer dat ik als 19 jarige leerling verpleegkundige, een vrouwelijke ziekenhuispatiënt ging wassen. Ze bleek ongesteld te zijn.
Haar gezicht kan ik nog helder voor de geest halen. Na 35 jaar zouden alle cellen in mijn lichaam al zo’n vijf keer vernieuwd moeten zijn. Wonderlijk dat dit soort eerste keren dan toch steeds weer mee verhuist naar de nieuwbouwafdeling in mijn herinneringen.

Ze menstrueerde

Toen ik met een metalen kom handwarm water in haar nabijheid kwam, zette ze grote ogen op. Ze schrok. “Ik wist niet dat er ook mannen op de afdeling werkten”, zei ze en terwijl ze haar hoofd naar links in het kussen draaide hoorde ik haar zeggen dat ze menstrueerde. Daar stond ik dan met mijn bakje water en goede bedoelingen. Waarom was ik geen rechten gaan studeren? Of Landbouwhogeschool zodat ik als gecertificeerd boswachter in een Landrover door de bossen kon rondscheuren. “Het ruikt zo en vind dat vervelend voor jou.” Ik zette mijn water neer en schoof het gordijn dicht. Ze lag nog steeds met haar hoofd van mij afgewend.

Afhankelijk zijn van een ander

Wat kon ik me dat goed voorstellen. Een flinke buikwond met doorsneden spieren. Rechtop zitten of draaien in bed, kan alleen met behulp van een beugel die boven je hangt. Afhankelijk te zijn van een ander die je niet kent. En al helemaal mee te moeten maken dat die ander ruikt wat je in je normale doen even met een luchtverfrisser weg kunt sprayen. Op een afgesloten badkamer. Heel wat anders dan achter een gordijntje op een zaal met zes anderen. Ik vond het een mooie vrouw weet ik nog. Vooral haar korte donkerbruine en licht golvende kapsel stond haar goed. Samen met grote donkerbruine ogen in een fijn gezicht deed ze me aan Mireille Mathieu denken maar dan net iets ouder.

Olifantspoten en reuze muggen

Ze draaide haar gezicht met een ruk naar rechts om me aan te kunnen kijken en iets te zeggen. Het bleef steken in haar keel. Mijn hart klopte in de mijne en had het idee dat zij het kon zien. Zoals je een kikker zijn keel op kunt zien blazen. “Ach doe ook maar, het moet toch gebeuren.” Ik zat in mijn pre-kline, zoals de praktijkstage in het Radboud ziekenhuis toen heette. Eerst een maandje in het dompelbad van de praktijk zodat de theorie een fundament heeft. De mentor van onze groep, (haar naam is ook in het geheugen mee verhuisd: Elleke) had ons de volgende tip gegeven: “Als je ergens onzeker of angstig over bent, maak het dan nóg groter in je gedachten.” Er waren een aantal lachwekkende voorbeelden weet ik nog. Olifantspoten aan reuze muggen met die met geen mogelijkheid meer konden zoemen.

Mijn eerste keer

De clou van haar tip was: als je ergens angstig voor bent, veroorzaakt dat letterlijk een vernauwing in je denken. Door iets op een speelse manier groter te maken, schakel je jouw creativiteit in en krijgt de engte waar je gedachten doorheen willen, geen kans. Breng je gedachten naar de werkelijkheid door gewoon te zeggen wat je moeilijk vindt. Je zult zien dat je onzekerheid verandert in mogelijkheden. “Weet je”, zei ik tegen Mireille, “ik vind het ook moeilijk. Het is de eerste keer dat ik een vrouw ga wassen die ouder is dan ik.”

Zorgverlener met krullenkop

Ik boog me een beetje naar haar toe terwijl ik met mijn wijsvinger naar mijn heftig pulserende halsslagader wees. “Ik zie niks”, zei ze en ze spande haar prachtige ogen tot spleetjes. “Doe jij wel eens oogpotlood op?”, wilde ze plotseling weten. Ja dat deed ik. Mijn vriendin was daarmee begonnen zodat mijn ogen nog mooier in mijn krullenkop stonden. “En ik gebruik ook haar jasmijncrème van dokter Hooij…” waarbij ik haar mijn pols liet ruiken. Ze glimlachte een van de mooiste glimlachen die ik ooit gezien heb. “Let’s get started!” liet ze me weten. Haar blik vertrok in een pijnlijke grimas. Het deed zichtbaar pijn om haar benen wat uit elkaar te doen.

“Mag ik dan wel eerst je gezicht en armen wassen voordat we aan het grote gebeuren beginnen?”, kon ik door mijn inmiddels overtuigde glimlach zeggen. Ik zie haar armen nog steeds langzaam naast haar lichaam glijden. Volle en vertrouwde overgave aan deze eersteling. It was a small step for a boy, but a great leap for nursing. Jouw eerste keer. Maak het echt en deel die met me, ik ben heel benieuwd!

Meer weten?

Wil je meer weten over wat ZuidZorg doet? Bezoek dan de site van de zorgorganisatie of volg ze via Facebook voor updates.

Wim Raaijmakers is teamcoach bij ZuidZorg. Hij schrijft over zijn ervaringen in de zorg die hij dagelijks verleend.

Advertentie

Nieuws

Alles mag op zaterdag!

Alles mag op zaterdag. Vroeger was dat wel anders. Vintage blogger GT Rovers blikt terug op tijden waarin zaterdag geen vrije dag was.

Gedeeld

op

door

Alles mag op zaterdag

Alles mag op zaterdag. Wat een heerlijke gedachte en voor ons de normaalste zaak van de wereld. Maar dat is het niet altijd geweest. Vintage blogger GT Rovers legt uit dat nog niet zo lang geleden de werkweek er heel anders uitziet dan tegenwoordig.

Tegenwoordig is het weekend namelijk véél te kort om al onze activiteiten in te proppen. Maar onze voorouders waren al dolblij met één vrije dag per week! Je leest het goed. 48 uur werken was de normaalste zaak van de wereld. Iets wat we ons tegenwoordig, met al onze verworvenheden, niet meer kunnen voorstellen.

Invoering Arbeidswet

Dankzij een lange strijd van de socialisten werd in 1919 de Arbeidswet ingevoerd. Die zorgde ervoor dat de werkweek verkort werd naar maximaal 45 uur. Dat betekende één hele vrije dag per week en één halve. Op zaterdag werkte men voortaan maar tot 12 uur. Door pressie van de christelijke partijen werd de hele zondag een vrije dag, zodat ook de arbeiders naar de kerk konden. Dit was destijds dus al een enorme vooruitgang.

48-urige werkweek

Na de Tweede Wereldoorlog gooide de regering roet in het eten door te besluiten dat een werkweek uit minimaal 48 uur moest bestaan. Het land was immers in de opbouw. Voortaan werkte men doordeweeks minstens 8,5 uur per dag en op zaterdag tot 13 uur. Wederom kwam het socialisme op voor de arbeiders. De arbeidersbeweging pleitte al vanaf 1955 voor de invoering van een 40-urige werkweek. In Amerika en in een aantal West-Europese landen hadden de werknemers al jaren vrij op zaterdag. De productiviteit was daar enorm gestegen, doordat de werknemers uitgerust op het werk verschenen.

Alles mag op zaterdag

Pas op 23 december 1960 was het zover. Zowel het kabinet als het bedrijfsleven stemde schoorvoetend in met dit wetsvoorstel. Vanaf 1 januari 1961 kregen de werknemers vrij op zaterdag. Dit gold overigens niet voor iedere beroepsgroep. Zo werd op enkele scholen nog tot 1971 op zaterdagochtend lesgegeven.

Experimenteren

Voor de economie bleek de nieuwe wet een gouden zet. Meer vrije tijd had tot gevolg dat de bevolking meer geld uitgaf aan luxegoederen, zoals kleding en auto’s om gezellige dagtochtjes mee te maken. In die tijd was men dus zeer content met een 40-urige werkweek. Wat is de volgende stap? Er zijn inmiddels al die experimenteren met een zesurige werkdagen.

Meer weten?

Meer weten over de bijzondere verhalen van vroeger? Op het blog van GT Rovers vind je meer weetjes en unieke feiten over vervlogen tijden in Nederland.

Bron: GT Rovers

Lees verder

Nieuws

Het oude dorp, een dagje terug in de tijd

Het oude dorp waar Rijk vroeger woonde is totaal veranderd. Rijk gaat op reis en deelt zijn herinneringen aan vroeger.

Gedeeld

op

Het oude dorp
Rijk met zijn broers voor het ouderlijk huis

Rijk van den Hoek, intussen al 27 jaar een echte Noord-Amsterdammer, reist af naar het oude dorp Voorschoten. Het is een bruisend dorp met haar jaarlijkse paardenmarkt waar Floris de Vijfde nog zijn paarden kocht.

Tegenwoordig is het trouwens geen dorp meer maar onderdeel van de aan elkaar groeiende gemeenten van ons aller Randstad. Als het weer laag hangt, zie je zelfs een wolkenkrabber waar vroeger een alom gevreesde tandarts woonde en praktijk hield. Menig oud Voorschotenaar denkt nog knarsetandend aan hem terug.

Gruwelijke tijden

Maar laten we ons niet verliezen in die gruwelijke tijden. De oude tandarts moest zich behelpen met een boormachine die niet veel meer dan honderd toeren per minuut draaide. En kiezen moest hij trekken met een tang die hij bij, de tegenover hem wonende, manke timmerman leende. Ja, dat waren nog eens tijden! We konden de hoofdstraat van het dorp niet in wegens een verbouwing aan de toegang. Volgens Rijk waren ze de rails van de blauwe tram aan het weghalen. Ofwel het mitrailleursnest dat de Duitsers in 1944 hadden laten aanleggen bij deze belangrijke toegang tot het dorp en tot het “barakkenkamp” ernaast.

Wagens en kanonnen

We rijden naar de Voorstraat waar Rijk in zijn jonge jaren heeft gewoond. We komen aan bij het huis waar Rijk is opgegroeid. Er zit nu een lunchroom in. Onmiddellijk stromen van alle kanten familieleden toe. Broers, schoonzussen uit Leiden en een dochter uit Den Haag. Hij zou namelijk trakteren en dat gebeurt niet elke dag. Binnen worden tafels en koppen bij elkaar gestoken. De verhalen breken los over wat er niet meer is en wat tegenwoordig zoveel kleiner is dan het vroeger leek. Het huis, de kamertjes. Bedsteden die zijn verdwenen. “Waar we nu zitten was de gang. Daar hing de kapstok met vaders hoed en jas. Verrek, die stenen paal op de hoek voor het huis, die staat er nog. Daar zat Rijk bovenop toen er in 1943 een nieuw detachement Duitsers langs kwam met wagens en kanonnen. Getrokken door kleine Russische paarden. Die gingen steigeren toen ik ‘prrrr prrrr’ riep. En die moffen werden kwaad. Stom hè.”

Beroemde dameskapper

Het huis aan de overkant is nog steeds wit. Vroeger woonde daar de weduwe van een kaashandelaar met haar jongste dochter. Van die dochter werd gezegd dat ze met Duitse soldaten vree. Op 6 mei 1945 werd ze in het openbaar op een stoep aan de overkant dapper kaalgeschoren door de beroemdste dameskapper van het dorp. Zij had daarna geregeld epileptische aanvallen. Achter dat huis was de timmermanswerkplaats. “We speelden daar vaak in de kaal getrapte tuin”. In de loodsen tussen deurposten uit de sloop, die bewaard werden voor nieuwe huizen. Er stonden ook veel bomen waar heerlijke peren aan groeiden en waar je fijn in kon klimmen. Dat deden Rijk en zijn vriendjes samen met of zonder de zoons van de timmerman. Hun opa woonde bij het gezin in en de oudste zoon moest opa wel eens scheren. Dat was best eng, opa had nogal veel plooien en kon opeens woedend worden als de buurjongens weer eens in de perenbomen zaten.

Loek de smid

Er was een smederij aan de overkant, waar ook paarden beslagen werden. Daar werden paarden soms helemaal in een ‘broek’ gehesen. Een soort groot zeil onder hun buik door. Hun poten – vroeger hadden ze die nog, in plaats van benen – werden vastgebonden om ze stil te houden tijdens het verwisselen van de hoefijzers. Binnen was het tamelijk donker, daar was het vuur. Soms mocht je de smid helpen, door aan de zwengel van de blaasbalg te trekken. De ijzers werden gloeiend tegen de hoeven gedrukt en daarna met nagels aan de hoef getimmerd. De nagels kwamen er opzij van de hoef uit, werden afgeknipt, de hoef werd glad gevijld, kreeg een lik zwarte lap en klaar was Loek. Zo heette de smid.

Het oude dorp

De terugreis werd aangevat, langs het huisje waar Rijk’s moeder niet meer woont, langs de straatjes waar zijn kinderen niet meer spelen en door het tuindorp dat helemaal vernieuwd is. Waar hoge bomen staan en de muziektent verdwenen is. Langs de struiken waar Rijk’s geboortehuis vroeger stond en door een stadswijk waar ooit de weilanden van de boer lagen waar zijn grootmoeder dienstmeid was geweest.

Dit verslag is geschreven door Gijs Witkop voor Sara, for good old times

Lees verder

Nieuws

Afscheid nemen doet pijn

Afscheid nemen doet pijn. Vooral als je ziet dat een project mooie resultaten oplevert zoals het project dat Alice Bunt beschrijft.

Gedeeld

op

Afscheid nemen doet pijn

Het vierwekelijks project “Full Colour”, georganiseerd door het Cliënten Service Centrum en Hein Walter, is alweer ten einde. Het Cliënten Service Centrum is een vereniging die zich inzet voor (ex) cliënten van de GGZ in Almere. Tijd gaat snel als je plezier hebt. En plezier hebben we gehad.

Iedere week was het weer een verrassing hoe mooi de resultaten waren. En iedere week waren de tekeningen weer even bijzonder en boven verwachting mooi. Geen van de deelnemers had vooraf het idee dat zij in staat waren met simpel pastelkrijt zulke mooie tekeningen te maken. En dat dankzij de rust en tact van Hein Walter, die de deelnemers iedere keer weer wist uit te dagen een stapje verder te gaan.

Deelnemers genoten

De derde bijeenkomst werd er onder anderen met sjablonen gewerkt. Sommige deelnemers maakten met de uitgeknipte vormen en pastelkrijt vlakverdelingen op grote vellen papier. Anderen tekenden zelf geometrische vormen en kleurden deze in met heldere kleuren. Soms werd er samen gewerkt, soms werkten mensen individueel. Er werd rustig en geconcentreerd gewerkt en aan de stiltes kon je merken hoe de deelnemers genoten van het bezig zijn met hun tekening.

Mooi project

De laatste keer ging alle aandacht uit naar het maken van kaarten op A5 formaat. Op een groot vel maakten de deelnemers met pastelkrijt een sfeer, niets concreets, alleen vage vormen die nog geen betekenis hadden. Daarna werden de grote vellen versneden in kaartformaat en werden de sferen op de kaarten omgetoverd tot een verhaal, een landschap of een abstract beeld. En ook nu weer waren alle deelnemers blij met de door hen zelf gemaakte kunstwerken. Zoals na iedere bijeenkomst werd er gezamenlijk geluncht. De sfeer tijdens de laatste lunch was rustiger, iedereen wist dat met deze lunch een einde gekomen was van een ontzettend mooi project.

Afscheid nemen doet pijn

En nu? Afscheid nemen doet pijn, ik vind het ontzettend moeilijk. Een aantal heel lieve mensen zal ik nooit meer zien, mensen die ik aardig vond, waarmee ik kon praten over dingen die ons beide bezig hielden. En het fijne van die gesprekken was dat je zonder ‘GGZ-patiënt’ te zijn kunt praten over andere dingen dan je aandoening, dat je jezelf bent, je geaccepteerd voelt, niets hoeft uit te leggen. Dat je over allerlei zaken kunt praten zonder het gevoel te hebben dat ‘de ander’ je bekijkt als ‘een GGZ-patiënt’.

Hoe nu verder?

En dat is nu allemaal voorbij. Het definitieve daarvan maakt mij verdrietig, ondanks het feit dat het project helemaal aan z’n doel beantwoorde. Ik weet niet goed hoe het nu verder moet. Wel heb ik ontdekt dat ik tekenen fijn vind, dat er misschien een andere manier is om me te uiten behalve fotografie. Maar “Full Colour” en dan vooral de deelnemers en het gemeenschappelijk creatief bezig zijn zal ik ontzettend missen.

Meer weten?

Wil je meer weten over de projecten die Hein Walter en Alice Bunt opzetten? Bezoek dan eens de website van De Zijde Rups of de website van Hein Walter zelf.

Lees verder

Meest gelezen