Volg ons online

Nieuws

Goed leiderschap in de zorg

Wat is goed leiderschap in de zorg? Rolf Mous is adviseur en legt uit wat volgens hem een goede leider is in deze moderne tijd.

Gedeeld

op

Goed leiderschap in de zorg

Dit gastblog is geschreven door Rolf Mous, adviseur en consultant

Goed leiderschap, wat is dat? Rolf Mous is adviseur en consultant in de gezondheidszorg. Hij zet uiteen wat volgens hem goed leiderschap in de zorg definieert.

Door de jaren heen is er veel geschreven over goed leiderschap. Wanneer ben je een goede leider en wanneer niet. Doen we niet te moeilijk? Ik heb veel leiders van kleine en grote zorginstellingen mogen ontmoeten. Van heel bezielende mensen, tot weinig inspirerende leiders. De theorie van leiderschap is fascinerend. Er zijn over leiderschap boekenkasten vol geschreven, duizenden websites gebouwd en evenzoveel theorieën en visies bedacht. In die complexiteit raak je soms de draad kwijt wat goed leiderschap is.

Hedendaagse zorg

Kritiek op het leiderschap van vroeger helpt ons in ieder geval niet om door te groeien naar de nieuwe werkelijkheid, de hedendaagse zorg. Gebruik daarom van ze wat je nodig hebt en richt je niet slechts op de te dichten kloof tussen nieuw en oud leiderschap. Dat is namelijk verspilde energie. Het verschil is duidelijk – dat overbrug je toch niet, en dat hoeft ook niet – en tenslotte: jij bent toch van de nieuwe generatie leiders?

Persoonlijk leiderschap

Het moderne leiderschap gaat over persoonlijk leiderschap: autonomie. Jezelf zijn en eigen regie hebben. Anderen inspireren. Mensen meenemen in je visie en enthousiasmeren, en misschien zelfs nog wel moderner: werkondernemend zijn. Leiderschap gaat over wat anderen van je vinden. Het gaat over contact. Leiderschap krijg je van je medewerkers.

Goed leiderschap is elkaar helpen

Kortgeleden was ik bij een zorgorganisatie en had een afspraak met de bestuurder. We liepen samen naar zijn kantoor en onderweg maakte hij een praatje met een bewoner. Ondertussen zag hij ook dat een andere bewoner onrustig was en naar buiten wilde. In overleg met de afdeling namen wij de bewoner mee voor een wandeling door de tuin van het zorgcomplex. Tijdens de wandeling gaven we inhoud aan onze afspraak. Na een half uurtje kwamen we terug op de afdeling dronken we samen met de verzorgers en andere bewoners koffie. Daar was nu wél even tijd voor. Vol trots vertelde de bestuurder: “Dit is wat we doen hier, elkaar helpen en ondersteunen”. De bewuste bewoonster geeft ons een knuffel. “Bedankt voor de wandeling”, zegt ze. “Wanneer komen jullie weer op bezoek?”

Sleutel tot succes

Eenvoud is de sleutel tot succes. Ondersteund met drie factoren die je een échte leider maken:

  1. Een duidelijke visie op waar je voor staat en waar je naartoe wilt
  2. Breng en behoud focus op doelstellingen en het resultaat, en communiceer hierover
  3. Hou van (je) mensen en geef om ze. Als je niet intrinsiek van mensen houdt, gaat het nooit wat worden.

Of je nu manager bent, adviseur, verzorgende of verpleegkundige, het houden van mensen helpt je. En het is zoveel leuker. Anderen voelen en ervaren dat. Probeer het maar eens, het werkt.

Bron: Skipr

NED7 is dé community voor 50-plussers die bewijzen dat ouder worden alles behalve vervelend is.

Advertentie

Nieuws

Alles mag op zaterdag!

Alles mag op zaterdag. Vroeger was dat wel anders. Vintage blogger GT Rovers blikt terug op tijden waarin zaterdag geen vrije dag was.

Gedeeld

op

door

Alles mag op zaterdag

Alles mag op zaterdag. Wat een heerlijke gedachte en voor ons de normaalste zaak van de wereld. Maar dat is het niet altijd geweest. Vintage blogger GT Rovers legt uit dat nog niet zo lang geleden de werkweek er heel anders uitziet dan tegenwoordig.

Tegenwoordig is het weekend namelijk véél te kort om al onze activiteiten in te proppen. Maar onze voorouders waren al dolblij met één vrije dag per week! Je leest het goed. 48 uur werken was de normaalste zaak van de wereld. Iets wat we ons tegenwoordig, met al onze verworvenheden, niet meer kunnen voorstellen.

Invoering Arbeidswet

Dankzij een lange strijd van de socialisten werd in 1919 de Arbeidswet ingevoerd. Die zorgde ervoor dat de werkweek verkort werd naar maximaal 45 uur. Dat betekende één hele vrije dag per week en één halve. Op zaterdag werkte men voortaan maar tot 12 uur. Door pressie van de christelijke partijen werd de hele zondag een vrije dag, zodat ook de arbeiders naar de kerk konden. Dit was destijds dus al een enorme vooruitgang.

48-urige werkweek

Na de Tweede Wereldoorlog gooide de regering roet in het eten door te besluiten dat een werkweek uit minimaal 48 uur moest bestaan. Het land was immers in de opbouw. Voortaan werkte men doordeweeks minstens 8,5 uur per dag en op zaterdag tot 13 uur. Wederom kwam het socialisme op voor de arbeiders. De arbeidersbeweging pleitte al vanaf 1955 voor de invoering van een 40-urige werkweek. In Amerika en in een aantal West-Europese landen hadden de werknemers al jaren vrij op zaterdag. De productiviteit was daar enorm gestegen, doordat de werknemers uitgerust op het werk verschenen.

Alles mag op zaterdag

Pas op 23 december 1960 was het zover. Zowel het kabinet als het bedrijfsleven stemde schoorvoetend in met dit wetsvoorstel. Vanaf 1 januari 1961 kregen de werknemers vrij op zaterdag. Dit gold overigens niet voor iedere beroepsgroep. Zo werd op enkele scholen nog tot 1971 op zaterdagochtend lesgegeven.

Experimenteren

Voor de economie bleek de nieuwe wet een gouden zet. Meer vrije tijd had tot gevolg dat de bevolking meer geld uitgaf aan luxegoederen, zoals kleding en auto’s om gezellige dagtochtjes mee te maken. In die tijd was men dus zeer content met een 40-urige werkweek. Wat is de volgende stap? Er zijn inmiddels al die experimenteren met een zesurige werkdagen.

Meer weten?

Meer weten over de bijzondere verhalen van vroeger? Op het blog van GT Rovers vind je meer weetjes en unieke feiten over vervlogen tijden in Nederland.

Bron: GT Rovers

Lees verder

Nieuws

Het oude dorp, een dagje terug in de tijd

Het oude dorp waar Rijk vroeger woonde is totaal veranderd. Rijk gaat op reis en deelt zijn herinneringen aan vroeger.

Gedeeld

op

Het oude dorp
Rijk met zijn broers voor het ouderlijk huis

Rijk van den Hoek, intussen al 27 jaar een echte Noord-Amsterdammer, reist af naar het oude dorp Voorschoten. Het is een bruisend dorp met haar jaarlijkse paardenmarkt waar Floris de Vijfde nog zijn paarden kocht.

Tegenwoordig is het trouwens geen dorp meer maar onderdeel van de aan elkaar groeiende gemeenten van ons aller Randstad. Als het weer laag hangt, zie je zelfs een wolkenkrabber waar vroeger een alom gevreesde tandarts woonde en praktijk hield. Menig oud Voorschotenaar denkt nog knarsetandend aan hem terug.

Gruwelijke tijden

Maar laten we ons niet verliezen in die gruwelijke tijden. De oude tandarts moest zich behelpen met een boormachine die niet veel meer dan honderd toeren per minuut draaide. En kiezen moest hij trekken met een tang die hij bij, de tegenover hem wonende, manke timmerman leende. Ja, dat waren nog eens tijden! We konden de hoofdstraat van het dorp niet in wegens een verbouwing aan de toegang. Volgens Rijk waren ze de rails van de blauwe tram aan het weghalen. Ofwel het mitrailleursnest dat de Duitsers in 1944 hadden laten aanleggen bij deze belangrijke toegang tot het dorp en tot het “barakkenkamp” ernaast.

Wagens en kanonnen

We rijden naar de Voorstraat waar Rijk in zijn jonge jaren heeft gewoond. We komen aan bij het huis waar Rijk is opgegroeid. Er zit nu een lunchroom in. Onmiddellijk stromen van alle kanten familieleden toe. Broers, schoonzussen uit Leiden en een dochter uit Den Haag. Hij zou namelijk trakteren en dat gebeurt niet elke dag. Binnen worden tafels en koppen bij elkaar gestoken. De verhalen breken los over wat er niet meer is en wat tegenwoordig zoveel kleiner is dan het vroeger leek. Het huis, de kamertjes. Bedsteden die zijn verdwenen. “Waar we nu zitten was de gang. Daar hing de kapstok met vaders hoed en jas. Verrek, die stenen paal op de hoek voor het huis, die staat er nog. Daar zat Rijk bovenop toen er in 1943 een nieuw detachement Duitsers langs kwam met wagens en kanonnen. Getrokken door kleine Russische paarden. Die gingen steigeren toen ik ‘prrrr prrrr’ riep. En die moffen werden kwaad. Stom hè.”

Beroemde dameskapper

Het huis aan de overkant is nog steeds wit. Vroeger woonde daar de weduwe van een kaashandelaar met haar jongste dochter. Van die dochter werd gezegd dat ze met Duitse soldaten vree. Op 6 mei 1945 werd ze in het openbaar op een stoep aan de overkant dapper kaalgeschoren door de beroemdste dameskapper van het dorp. Zij had daarna geregeld epileptische aanvallen. Achter dat huis was de timmermanswerkplaats. “We speelden daar vaak in de kaal getrapte tuin”. In de loodsen tussen deurposten uit de sloop, die bewaard werden voor nieuwe huizen. Er stonden ook veel bomen waar heerlijke peren aan groeiden en waar je fijn in kon klimmen. Dat deden Rijk en zijn vriendjes samen met of zonder de zoons van de timmerman. Hun opa woonde bij het gezin in en de oudste zoon moest opa wel eens scheren. Dat was best eng, opa had nogal veel plooien en kon opeens woedend worden als de buurjongens weer eens in de perenbomen zaten.

Loek de smid

Er was een smederij aan de overkant, waar ook paarden beslagen werden. Daar werden paarden soms helemaal in een ‘broek’ gehesen. Een soort groot zeil onder hun buik door. Hun poten – vroeger hadden ze die nog, in plaats van benen – werden vastgebonden om ze stil te houden tijdens het verwisselen van de hoefijzers. Binnen was het tamelijk donker, daar was het vuur. Soms mocht je de smid helpen, door aan de zwengel van de blaasbalg te trekken. De ijzers werden gloeiend tegen de hoeven gedrukt en daarna met nagels aan de hoef getimmerd. De nagels kwamen er opzij van de hoef uit, werden afgeknipt, de hoef werd glad gevijld, kreeg een lik zwarte lap en klaar was Loek. Zo heette de smid.

Het oude dorp

De terugreis werd aangevat, langs het huisje waar Rijk’s moeder niet meer woont, langs de straatjes waar zijn kinderen niet meer spelen en door het tuindorp dat helemaal vernieuwd is. Waar hoge bomen staan en de muziektent verdwenen is. Langs de struiken waar Rijk’s geboortehuis vroeger stond en door een stadswijk waar ooit de weilanden van de boer lagen waar zijn grootmoeder dienstmeid was geweest.

Dit verslag is geschreven door Gijs Witkop voor Sara, for good old times

Lees verder

Nieuws

Afscheid nemen doet pijn

Afscheid nemen doet pijn. Vooral als je ziet dat een project mooie resultaten oplevert zoals het project dat Alice Bunt beschrijft.

Gedeeld

op

Afscheid nemen doet pijn

Het vierwekelijks project “Full Colour”, georganiseerd door het Cliënten Service Centrum en Hein Walter, is alweer ten einde. Het Cliënten Service Centrum is een vereniging die zich inzet voor (ex) cliënten van de GGZ in Almere. Tijd gaat snel als je plezier hebt. En plezier hebben we gehad.

Iedere week was het weer een verrassing hoe mooi de resultaten waren. En iedere week waren de tekeningen weer even bijzonder en boven verwachting mooi. Geen van de deelnemers had vooraf het idee dat zij in staat waren met simpel pastelkrijt zulke mooie tekeningen te maken. En dat dankzij de rust en tact van Hein Walter, die de deelnemers iedere keer weer wist uit te dagen een stapje verder te gaan.

Deelnemers genoten

De derde bijeenkomst werd er onder anderen met sjablonen gewerkt. Sommige deelnemers maakten met de uitgeknipte vormen en pastelkrijt vlakverdelingen op grote vellen papier. Anderen tekenden zelf geometrische vormen en kleurden deze in met heldere kleuren. Soms werd er samen gewerkt, soms werkten mensen individueel. Er werd rustig en geconcentreerd gewerkt en aan de stiltes kon je merken hoe de deelnemers genoten van het bezig zijn met hun tekening.

Mooi project

De laatste keer ging alle aandacht uit naar het maken van kaarten op A5 formaat. Op een groot vel maakten de deelnemers met pastelkrijt een sfeer, niets concreets, alleen vage vormen die nog geen betekenis hadden. Daarna werden de grote vellen versneden in kaartformaat en werden de sferen op de kaarten omgetoverd tot een verhaal, een landschap of een abstract beeld. En ook nu weer waren alle deelnemers blij met de door hen zelf gemaakte kunstwerken. Zoals na iedere bijeenkomst werd er gezamenlijk geluncht. De sfeer tijdens de laatste lunch was rustiger, iedereen wist dat met deze lunch een einde gekomen was van een ontzettend mooi project.

Afscheid nemen doet pijn

En nu? Afscheid nemen doet pijn, ik vind het ontzettend moeilijk. Een aantal heel lieve mensen zal ik nooit meer zien, mensen die ik aardig vond, waarmee ik kon praten over dingen die ons beide bezig hielden. En het fijne van die gesprekken was dat je zonder ‘GGZ-patiënt’ te zijn kunt praten over andere dingen dan je aandoening, dat je jezelf bent, je geaccepteerd voelt, niets hoeft uit te leggen. Dat je over allerlei zaken kunt praten zonder het gevoel te hebben dat ‘de ander’ je bekijkt als ‘een GGZ-patiënt’.

Hoe nu verder?

En dat is nu allemaal voorbij. Het definitieve daarvan maakt mij verdrietig, ondanks het feit dat het project helemaal aan z’n doel beantwoorde. Ik weet niet goed hoe het nu verder moet. Wel heb ik ontdekt dat ik tekenen fijn vind, dat er misschien een andere manier is om me te uiten behalve fotografie. Maar “Full Colour” en dan vooral de deelnemers en het gemeenschappelijk creatief bezig zijn zal ik ontzettend missen.

Meer weten?

Wil je meer weten over de projecten die Hein Walter en Alice Bunt opzetten? Bezoek dan eens de website van De Zijde Rups of de website van Hein Walter zelf.

Lees verder

Meest gelezen