Volg ons online

Nieuws

Geloof in retrospectief

Columniste Jacquelien de Savornin Lohman heeft haar hele leven nagedacht over het geloof, maar tot op heden is ze er nog niet over uit.

Gedeeld

op

Geloof in retrospectief

Als 80-plusser moet ik langzamerhand weten hoe ik tegenover het geloof sta. Inmiddels ben ik stapels boeken verder en heb ik talloze cursussen, lezingen, toespraken, preken bijgewoond én…ik heb het antwoord nog steeds niet.

Daarom ga ik nu mijn ervaringen op een rijtje zetten te beginnen met mijn jonge jaren.

Vertrouwen in de Heer

Lange tijd was het geloof niet echt ingewikkeld voor mij. Als kind in een Japans interneringskamp (vermijd jappenkamp, je zegt ook niet moffenkamp) hadden de grote mensen het er wel eens over en dan was het steeds een debat. Vrouwen, die bleven bidden en vertrouwen op hun Heer, werden aangevallen met woorden als: die barmhartige God van jullie, waar blijft ie nu wij in de ellende zitten? Mijn vader was heel christelijk en voor de oorlog las hij elke dag voor het eten een stukje uit de bijbel voor, terwijl mijn moeder uit een bohemien milieu kwam van de familie Verwey (met Albert Verwey de dichter en Kees Verwey de schilder). Die hadden er weinig mee.

partner content

Leyden Academy on Vitality and Ageing

Het kennisinstituut Leyden Academy is opgericht in 2008 en zet zich in voor een ‘leeftijdsvriendelijke samenleving’, waarbij jong en oud veel meer samen doen én waarbij ouderen tot op hoge leeftijd meedoen in onze maatschappij.

De pest aan Juffrouw Tamme

Bij terugkomst in Nederland kwamen wij terecht in een land dat overwegend christelijk was. Alles was verzuild. Wij waren Nederlands Hervormd en papen die deugden niet. Ik vond het erg vervelend, want daardoor was ik gedwongen om in ons dorp boodschappen te doen bij Juffrouw Tamme (die was nl ook N.H.). Ik had de pest aan juffrouw Tamme omdat ik zag dat ze altijd haar hand op de weegschaal een duwtje gaf, zodat de plakjes boterhamworst zwaarder leken dan ze in werkelijkheid waren. Dat was nog tot daar aan toe, maar ondertussen hield ze tegen de andere klanten in het winkeltje een larmoyant verhaal over mijn lot: “Ach dat arme kind d’r vader is als krijgsgevangene omgekomen in die oorlog” en woorden van gelijke strekking.

Geloof op vakantie

De Roomse winkel was veel gezelliger, maar daar mocht ik niet naar toe. In de schoolvakanties was het enige vermaak wat wij hadden bij ooms en tantes (christelijk) te gaan logeren en, als hoogtepunt, een week naar een NCSV kamp (Nederlandse Christen Studenten Vereniging). In mijn studententijd zat ik nog een aantal jaren in de leiding van deze kampen. Vooral de zeilkampen heb ik met heel veel plezier gedaan. Liggend met zes kinderen in een tentje, strootje in je neus, een Bijbeltekst bekijken en bespreken, de regen tikt op het tentdoek, dan naar buiten, frisse lucht opsnuiven en de boten in, weer of geen weer. Daar kan toch geen atheïst tegenop?

En toch zwoer ik begin jaren zestig uit volle overtuiging  het geloof af. Wat nu? Wordt vervolgd in mijn volgende column!

advertentie

Lees dit boek van Jacquelien de Savornin Lohman

NED7 is dé community voor 50-plussers die bewijzen dat ouder worden alles behalve vervelend is.

Advertentie

Nieuws

Jeugdherinneringen die mijn dag goedmaken

Blogger Alice Bunt komt tijdens het uitlaten van haar hond Bika jeugdherinneringen tegen in het bos. Herinneringen die haar dag helemaal goedmaken.

Gedeeld

op

Jeugdherinneringen
Foto: Alice Bunt

Tijdens een van mijn wandelingen met Hond Bika door de vele bossen en groengebieden in en rond Almere, kwam ik een jeugdherinnering tegen. Zomaar, tussen de takken van een hazelnootstruik. Het waren kettingen van lege pinda’s, de nootjes opgegeten door de vogels. De kettingen waren waarschijnlijk opgehangen door de kinderen van de school die er vlak bij stond. Een speciale school voor speciale kinderen.

De school ligt helemaal in het groen, weggestopt, verborgen lijkt wel, ver weg van andere scholen en andere kinderen. Alleen de school voor de kinderen uit het asielzoekerscentrum ligt vlakbij. Ik denk niet dat het de bedoeling is, deze kinderen weg te stoppen, te verbergen. De school ligt mooi, veel groen, geen wegen al te dichtbij. Geen heimelijke, starende blikken van voorbijgangers, geen pesterijen van andere kinderen. Voor de kinderen ideaal. Maar het geeft mij toch een beetje een naar gevoel.

Pesten is van alle tijden

Ik ben geboren in Utrecht en heb daar de eerste jaren van mijn schoolcarrière doorgebracht op de eerste Jenaplanschool van Nederland. Een geweldige school waar ook kinderen die niet zo goed konden meekomen zeer welkom waren. Pesten is van alle tijden. Ondanks dat de school heel goed oplette dat deze kinderen niet gepest werden, waren juist deze kinderen het doelwit van pesterijen als de meesters en juffen even niet opletten. En buiten de schooltijden natuurlijk wanneer er geen controle meer was. “Debiel,” en “mongool” waren veel gehoorde scheldwoorden. Ook ik werd gepest, ook ik kon niet mee komen, ik was dyslectisch.

Kettingen van pinda’s

Ik doe Hond Bika aan de riem zodra de kinderen naar op ons af komen rennen. Bika is een hond uit Spanje en kan nogal schichtig reageren op onverwachte bewegingen. “Mogen we de hond aaien?” vragen de kinderen. Ze steken hun handen door tralies van het hek dat om de speelplaats geplaatst is. Ik leg uit dat dat niet kan, dat Hond Bika geen kinderen gewend is en dat ze kan bijten als ze schrikt. Sommige kinderen deinzen vol ontzag achteruit. Andere kinderen geloven het niet helemaal. Hond Bika lijkt net een teddybeer, haar zachte, bruine vacht nodigt uit om te aaien en met haar grappige oren kun je je haast niet voorstellen dat deze hond wel eens zou kunnen bijten. Omdat sommige kinderen blijven aandringen zeg ik gedag, loop verder en kom weer bij de kettingen van pinda’s terecht.

Jeugdherinneringen

En daar, bij de hazelnotenstruik denk ik aan mijn moeder, aan de flat in Utrecht waar we woonden en aan winterse avonden. Mijn moeder spreidde allemaal kranten uit op de tafel en strooide daarop ongepelde pinda’s. Mijn moeder gaf ons een stopnaald met een draad eraan en dan rijgen maar, de naalden zonder punt door de harde schil van de pinda’s wurmend. We drukten het uiteinde van de naald op de tafel door de schil van de pinda en probeerden daarna de naald door de schil te trekken. Ik voel nog de topjes van mijn vingers. De pinda’s die kapot gingen mochten we opeten. De kettingen werden opgehangen aan het balkon voor de vogels. Mooie, onverwachte jeugdherinneringen, ver weg gestopt in een diep kuiltje van mijn geheugen en nu weer helemaal levend aanwezig. Zomaar een cadeautje dat mijn hele dag goedmaakt.

Meer weten?

Wil je meer weten over de gedichten en foto’s die Alice Bunt heeft gemaakt over haar overleden vader? Bekijk hier het prachtige resultaat!

Lees verder

Nieuws

Afscheid nemen van mijn vrienden

Blogger Alice Bunt is onderweg naar Utrecht om een goede vriend te ontmoeten. Voor de laatste keer. Afscheid nemen van vrienden omdat ze last heeft van een bipolaire stoornis is heel normaal geworden voor haar.a

Gedeeld

op

Afscheid nemen van mijn vrienden
Foto: Alice Bunt

Afscheid nemen is voor mij een van de moeilijkste en pijnlijkste aangelegenheden die er zijn: iemand gedag zeggen maar het voelt als vaarwel. Nog een keer omkijken met het gevoel dat dit het einde is van een relatie, van een liefde, een heel bijzondere liefde die duurde vanaf mijn studententijd maar waaraan  nu een einde is gekomen; het gevoel hebben dat dit de laatste keer is die gebogen rug ooit te zien en die slepende gang te zien verdwijnen in de gekleurde tunnel van Utrecht Centraal.

We hadden afgesproken voor De Oude Hortus in Utrecht. In de trein voel ik het al: mijn bipolaire aandoening gaat opspelen. Ik wordt druk in mijn hoofd: geluiden klinken snerpend, gillen door elkaar, brullen en krijsen, complete chaos. Wat nu, afzeggen? Ik had me zo op deze ontmoeting verheugd, weer even jong zijn, weer even dat gevoel, dat veilige, weer even niet overal alleen voor staan, even wegstappen, iemand anders worden, maar vooral: weer voelen, liefde voelen voor iemand en blij zijn met die liefde.

Het gaat mis

“Beheers je Alice,” denk ik, “beheers je, misschien red je het, misschien wordt de chaos niet te groot, focus je op buiten, het landschap, wat je ziet, laat de manie het niet overnemen.” Ik kijk naar de molen bij Weesp, het Naardermeer, de autowegen, de bouwactiviteiten om Utrecht Centraal. Als ik uitstap ben ik weer enigszins gekalmeerd, check uit en loop de stationshal binnen. Maar daar slaat de paniek weer toe: waar is de bus? Verward loop ik door de hal, mensen aansprekend, vragend, zoekend, lijn 2 toch? En waar zijn de bushaltes. Dan vind ik de bushaltes en lijn 2, stap in en houd angstvallig de aankondigingen van de haltes in de gaten. Universiteitsmuseum, ik stap uit, zoek De Oude Hortus en daar staat hij, Anton, koud, geïrriteerd, de wenkbrauwen gefronst. Ik ben meer dan een half uur te laat.

Afscheid nemen

Ik lijd aan ontremde manieën. Het meest erge daarvan is de boosheid, ik wordt niet vrolijk, euforisch maar boos, paranoia zelfs. Ik heb het gevoel dat ik constant om me heen moet kijken, ik ben achterdochtig, geloof niet meer wat er tegen me gezegd wordt. Als ik spreek hoor ik het boze in mijn eigen stem, raak geïrriteerd, verontwaardigd, verhef mijn stem. En ook als Anton en ik door de Hortus lopen moet ik me uit alle macht beheersen. Om weer in de realiteit terug te komen maak ik praatjes met vreemden, zomaar, spontaan spreek ik totaal onbekenden aan, druk pratend en gebarend. Als we weer terug gaan naar het Centraal station nemen we afscheid in de gekleurde noordtunnel van Utrecht Centraal. Ik weet dat het voorbij is, ik omhels Anton nog een laatste keer en kijk hem na als hij de andere kant oploopt.

Verdrietig

Onderweg huil ik en denk aan al die mensen die ik verloren heb, kwijt geraakt ben alleen maar door mijn bipolaire stoornis. Al die mensen die zomaar verdwenen en die ik heb laten verdwijnen door simpelweg niets meer van me te laten horen uit schaamte. En nu dan Anton. Het kost me steeds meer moeite om nieuwe vriendschappen aan te gaan, om me opnieuw te binden. Thuis wacht Hond Bika op me. Even vrolijk als altijd verwelkomt ze me. Samen gaan we wandelen en ik vertel haar, al huilend het hele verhaal.

Meer weten?

Wil je meer weten over de gedichten en foto’s die Alice Bunt heeft gemaakt over haar overleden vader? Bekijk hier het prachtige resultaat!

Lees verder

Nieuws

De eerste dag

Blogger en fotograaf Alice Bunt is onderweg met de trein als ze prachtige gedichten ziet hangen op het perron.

Gedeeld

op

De eerste dag

Als ’s morgens het eerste licht
door de gordijnen dringt
smelten je laatste dromen.

Er klinken geluiden
uit de achtertuinen
een buurman stapelt stenen
een rammelende kettingkast.

Het is vandaag de eerste dag
om met iets te beginnen
waar niemand aan begon.

Fetze Pijlman
Station Almere Centrum

Nerveus

Ik moet met de trein naar Amsterdam en ik ben te vroeg op het station, ik ben altijd te vroeg op het station. Mijn vader werkte bij de Nederlandse Spoorwegen en als we op vakantie gingen of op familiebezoek reisden we uiteraard per trein. Mijn vader ging de dag van ons vertrek gewoon naar zijn werk. En voordat hij vertrok drukte hij mijn moeder op het hart vooral niet te laat te komen. Mijn moeder was de hele dag nerveus, hield de klok angstvallig in de gaten en probeerde er voor te zorgen dat wij schoon bleven: geen bedoezelde snoetjes, geen vieze handjes, geen vlekken op onze schone kleren. Vooral bij mij was dat onbegonnen werk. Ik voel nog mijn moeders bespuugde hand die mijn mond probeerde schoon te poetsen.

Stationsgedichten

En nu sta ik dan te vroeg op Station Almere Centrum. Op het perron hangen gedichten naast de gele borden met de vertrektijden, zakelijk naast poëtisch. Een romantisch stelletje leest het gedicht, ze lachen naar elkaar, kussen elkaar en lopen weg. Ik lees ook het gedicht: zo simpel, zo realistisch en zo waar. In de trein denk ik na over de laatste strofe: ‘het is vandaag de eerste dag om met iets te beginnen waar niemand aan begon’. Het maakt me blij, deze zin, zo positief.

Nieuw project

Ik vraag me af welke aan welke nieuwe projecten ik zou kunnen beginnen, misschien al wel vandaag: een nieuw fotoproject starten, een mobiel ontwerpen, zelf gedichten gaan schrijven. Maar dan realiseer ik me dat er een voorwaarde is: ‘waar niemand aan begon’. Ik krijg het benauwd want alles is al een keer gedaan, er is zelfs een boek over geschreven. Misschien liggen er nog uitvindingen in het verschiet, nieuwe theorieën over wetenschappelijke onderwerpen. Misschien is het zinnetje ‘het is vandaag de eerste dag om met iets te beginnen waar niemand aan begon’ bedoeld voor mensen die zich daar mee bezig houden maar niet voor mensen zoals ik.

Bijbelverhalen

De dag waar ik me zo op verheugd had en die zo vrolijk begon begint te lijken op het verbleekte, waterige zonnetje buiten. Maar dan denk ik aan Hein en aan Peter en aan Job. Samen gaan we het Bijbelverhaal van ‘Job’ verbeelden. Peter en ik gaan de komende tijd foto’s maken en samen met Hein gaan we foto’s kiezen die bij het boek ‘Job’ passen. Hein maakt daar dan gedichten bij en het geheel wordt gepubliceerd in ‘CUNST PS’, het digitale tijdschrift van Kunstenaars Vereniging Flevoland. Foto’s in combinatie met gedichten is al eerder gedaan, o.a. door Hein en mij. Samen hebben we het sterven van mijn vader verwoord en verbeeld als ‘De Kruisgang’. Maar toch denk ik dat het project ‘Job’ helemaal nieuw is, nog nooit eerder gedaan, al was het alleen al vanwege de unieke samenwerking tussen Hein, Peter en mij.

Meer weten?

Wil je meer weten over de gedichten en foto’s die Alice Bunt heeft gemaakt over haar overleden vader? Bekijk hier het prachtige resultaat!

Lees verder

Meest gelezen