menu

Vechters

Ze stond op om me te begroeten: een beleefde gewoonte waaraan ze vasthield zoals aan haar krukken, maar die haar veel energie kostte. Als ze zat, zou je zeggen dat je een gezonde vrouw voor je had. Ze hield haar gesprekspartners graag een mooie lach voor, waarin een onmiskenbare jeugdigheid bewaard was gebleven. Ik stelde me als vrijwilliger voor aan haar en haar echtgenoot en bedankte hen dat ik langs mocht komen. Op mijn verzoek somde ze haar gezondheidsklachten op: een treurig stemmende lijst, die in rap tempo in omvang was toegenomen.

We zijn vechters

In het afgelopen jaar, haar vijfenzeventigste, waren als gevolg van reuma haar beide heupen vervangen. “We wachten de werking van de nieuwe medicijnen af. Alles is mogelijk.” Zou dat echt zo zijn? “We zullen zien hoe het gaat.” Het vermogen om auto te rijden, te wandelen en zware voorwerpen vast te houden was ze in korte tijd verloren. Hoewel ze zich bezwaard voelde, nam haar man haar nog regelmatig mee uit het huis. “We zijn vechters.” “We zoeken kleine puntjes aan de horizon,” vulde hij aan.

Ik ben een optimist

Met een vragenlijst in de hand, vroeg ik haar naar haar leven. Vrije tijd? Contacten? Eenzaamheid? Bescheiden maar gepassioneerd vertelde ze over de dingen die ze nog kon doen: lezen en breien. Haar gehoor liet haar soms in de steek. Ze keek dan naar haar man, die de vraag voor haar herhaalde. Ik sloeg een bladzijde om: “Wat vindt u van de manier waarop u nu in het leven staat? Vindt u die prima, goed, redelijk, matig of slecht?” Ze keek haar man vragend aan. “Wat je van de manier vindt waarop je in het leven staat” herhaalde hij, harder. “Sorry?” lachte ze, en sloot haar ogen. Nog iets harder: “Hoe je in het leven staat, Emma.” “Nou, wat ik net zei. Ik heb mijn breien, mijn boeken. En we wachten de pillen af.” “Nee, dat vroeg hij niet.” “Wat dan?” “Prima, goed, redelijk, matig, of slecht.” Ik probeerde het nog eens: “Wat vindt u van de manier waarop u nu in het leven staat?” “Vind je die prima, goed, redelijk, matig of slecht.” “Vindt u die prima, goed, redelijk, matig, of slecht?” “Ik ben een optimist,” fluisterde ze. “Maar dat antwoord staat er niet tussen.” “Er zijn geen foute antwoorden,” stelde ik haar gerust. “Prima, goed, redelijk, matig of slecht,” herhaalde haar man traag.

Het oordeel

Ze nam even de tijd om na te denken. Ik bedacht me hoe ze in die stilte eerst de relevante gebieden zocht waarop ze haar oordeel zou baseren. Dat ze dan voor ieder gebied een schaal zou bepalen waarop ze deze beoordeelde, en vervolgens zou ze kiezen hoe ze deze gebieden wilde samenvoegen tot één totaaloordeel. Ten slotte zou ze dit oordeel moeten koppelen aan één van de woorden die haar man haar gaf. “Redelijk…” Het was alsof ze het woord tussen duim en wijsvinger oppakte en met een vies gezicht mijn kant op gooide.

Verslechterende gezondheid

Ze kon zich niet vinden in de vraag: de manier waarop u nu in het leven staat? Het heden, met haar snel verslechterende gezondheid, stak karig af bij hoe ze altijd in het leven had gestaan, en hoe ze dit in de toekomst voor zich zag. “We zoeken puntjes aan de horizon…” Voor haar was haar lage welzijn niets anders dan een signaal dat ze haar leven opnieuw moest inrichten. Ze had pas net ontdekt welke potentie een leven met boeken voor haar had. En ze had zich net ingeschreven voor een cursus, waarmee ze zich voor het eerst op het voor haar nog onbekende terrein van het internet zou begeven. Ze fantaseerde erover alsof ze haar koffers al aan het pakken was voor een wereldreis. Juist omdat het leven nu zo weinig goeds met zich meedroeg, begreep ze niet waarom we geïnteresseerd waren in die kleine momentopname; waarom we liever de film op pauze zetten en dat moment interpreteerden dan dat we hem helemaal keken.

Pijn als zingeving

Het tweede wat ze verwierp, waren de antwoordcategorieën. Iedere dag bevat een beetje prima, een beetje goed, een beetje redelijk, matig en slecht. Slechts de mate waarin, verschilt van dag tot dag. Deze momenten staan in zo’n contrast tot elkaar, dat ze zich als olie en water niet willen vermengen tot één categorie. Ten slotte kan slecht gelijktijdig ook goed of zelfs prima zijn, bijvoorbeeld als ze pijn ziet als zingeving.

Ik ben een vechter

Vastberaden om haar film een mooi vervolg te geven, liet ze zich dan ook dankbaar informeren over diensten in haar omgeving. “Ik ben een vechter,” herhaalde ze. We sloten ons gesprek af en ik vroeg haar of er nog iets anders was dat haar te binnen schoot. Iets waar ze behoefte aan zou hebben. Ze aarzelde.

Auto’s met handpedalen

“Ik heb weleens gelezen dat ze auto’s maken met handpedalen voor gas geven en remmen. Dat zou nou echt wat voor mij zijn, dan kan ik weer naar mijn vriendinnen toe. Weet u of ik die ergens kan kopen? Geld is geen probleem.”

Ja, ze zijn er.

meer informatie

Reageren

Auteur

Thomas Puvill

Thomas Puvill

Psycholoog Thomas Puvill doet promotieonderzoek bij kennisinstituut Leyden Academy on Vitality and Ageing. Hij onderzoekt hoe het kan dat de levenstevredenheid van 85-jarigen hoog blijft, ondanks ziekte en gebreken.

";