menu

Onzichtbaar

Op zoek naar een reistas bleef ik staan bij de etalage van een ruim gesorteerde zaak in een overdekte galerij in een drukke winkelstraat. Tassen, koffers, rugzakken in alle maten, kleuren en materialen, wat natuurlijk een grote luxe is maar het kiezen er niet gemakkelijker op maakt. Gelukkig had ik alle tijd om alles op m’n gemak te bekijken voordat ik naar binnen zou gaan.

Terwijl ik de voors en tegens van het aanbod aan het afwegen was kwam er een vrouw naast me staan. Ze slaakte een diepe zucht en zei verlangend: “Oh, wat zou ik er graag met zo’n mooie grote reistas tussenuit willen knijpen…ver weg van alles…” Ik keek opzij en zag een forse vrouw van een jaar of vijfenveertig, met van dat rood geverfde haar dat bij grijzende vrouwen zo populair is.

We kennen elkaar niet eens

Ze was sportief gekleed en had een grote tas met boodschappen bij zich die ze op de grond had gezet. “Ja,” zeg ik aarzelend, niet wetend of ik wel zin heb in een praatje maar ook niet doortastend genoeg om weg te lopen, “het is heerlijk om er af en toe eens even uit te zijn.” Bijna gretig grijpt de vrouw mijn zouteloze opmerking aan om een stroom van woorden over me uit te storten.

“ Ach, als u eens wist waarom ik hier weg wil…mijn leven is een hel…ik kan er niet meer tegen…soms denk ik wel eens dat ik er beter een eind aan kan maken…. O, wat zeg ik nu! Wij kennen elkaar niet eens en nu zeg ik zomaar dat…dat…”

Mantelaar artikelbanner Yvonne Klinkert

Hart luchten

Ze slaat een hand voor haar mond en kijkt me ontredderd aan. Op slag ben ik klaarwakker, ruw gewekt uit mijn dagdromerij over mijn toekomstige reis. Hier staat een wildvreemde vrouw voor me die me een kijkje gunt in haar binnenste – en dat gebeurt niet elke dag. “O, het geeft niet dat we elkaar niet kennen, u mag gerust uw hart bij me luchten als u daar behoefte aan hebt. Dat gaat soms beter bij een onbekende dan bij een vertrouwd iemand.” “Ja, misschien is dat zo…ach, het zit me ook allemaal zo hoog…het moet eruit, anders barst ik nog… Mijn man – nee – mijn dochter…” Na enig gehakkel heeft ze de draad te pakken en vertelt me haar verhaal. Het lijkt of ze de sluizen van haar hart wijd open heeft gezet en alles onbekommerd naar buiten laat stromen. Onder het vertellen laat ze af en toe haar tranen de vrije loop en tegen het eind kan ze alleen nog maar huilen, waarvoor ze zich verontschuldigt.

Niet ontzichtbaar

“Huilt u maar gerust, u hebt het al veel te lang binnen gehouden.” “Ja, maar wat zullen de mensen wel niet denken…het is hier zo druk…” “Trekt u zich daar maar niks van aan, trouwens, ze zien ons niet eens.” Abrupt hou ik m’n mond – hoe kom ik daar nou bij? De vrouw ziet mijn verwarring en haakt er op in: “Wat bedoelt u? We zijn toch zeker niet onzichtbaar?” “Nee, nee,  ze zien ons wel maar ze kijken niet naar ons, alsof we onder een stolp zitten of zoiets…” Ik hoor hoe belachelijk dat klinkt maar het komt het dichtst bij wat ik voel en bedoel. Zwijgend staan we een poosje te midden van het winkelend publiek. Het lijkt of de stolp aan het verdwijnen is, nog even en de “betovering” is verbroken. Opeens schiet me iets te binnen: “Heeft u naar de mensen gekeken terwijl u uw verhaal deed?” “Nee…” “Ik ook niet, het lijkt wel of we er even uitgestapt zijn.’’ ”Ja dat gevoel heb ik eigenlijk ook..” “Als wij  naar de mensen gaan kijken, doen zij ’t misschien ook naar ons, zou u de mensen nu  aan kunnen kijken?” “Ja, ik denk ’t wel…”

De vrouw droogt haar tranen en snuit haar neus. Er valt niets meer te zeggen, het verhaal  is verteld en gehoord. We knikken elkaar toe – een afscheid zonder woorden. Dan stappen we terug in de ons omringende wereld. Ogen ontmoeten ogen. We kijken en er wordt naar ons gekeken. We zien en we worden gezien. De betovering is verbroken.

Reageren

Auteur

Yvonne Klinkert

Yvonne Klinkert

Yvonne Klinkert (1935) is geboren in Den Haag, maar verhuisde in 1962 met haar gezin naar Amsterdam. Zij krijgt mantelzorg via Mantelaar maar wil zelf nog veel kunnen blijven doen. Hier op NED7 blogt zij over haar ervaringen en passie voor het leven.